Health & Wellness-advies voor een gezond gemeenteleven

“Een gezond hart is het leven des vleses” zegt Salomo in Spreuken 14:30. Daarbij doelt hij allereerst op het lichamelijke hart. Maar dat geldt niet minder voor het geestelijk leven en daarmee ook voor het leven in de christelijke gemeente.
De Vader uit de gelijkenis van de verloren zonen (Lukas 15) is er vooral blij mee dat zijn zoon ‘gezond’ is teruggekeerd. Dat gezond ziet op de relatie tussen zoon en Vader!
En om niet meer te noemen, Johannes schrijft in zijn derde zendbrief: “Geliefde, voor alle dingen wens ik, dat gij welvaart en gezond zijt, gelijk uw ziel welvaart.” In die volgorde: gezondheid en welbevinden komen ergens vandaan en vinden ergens een basis: een gezonde ziel.

 

Health & Wellness

In het nederlands is dat zoiets als ‘gezondheid & welbevinden’. Natuurlijk gaan we niet in op een lifestyle van fitness en gezond eten. Titus 1:5 – 2:10 bepaalt ons bij een dringend, ja dwingend advies voor een gezond gemeente-leven. Gezondheid is geen doel op zich. Waarom wil je gezond zijn? Zie het fragment van Heinz hiernaast: dit bedrijf wil zijn werknemers maar wat graag gezond en lekker in hun vel zien. Opdat… ze zich voor de volle 100% kunnen inzetten. Daar heb je wat aan als bedrijf! Trek die lijn eens geestelijk door naar gemeente. Geestelijke gezondheid bevordert het geestelijk welbevinden. Daardoor wordt het voortbestaan van geestelijk leven ook gewaarborgd; daar vaart ieder wel bij!

Het geestelijk welbevinden in de gemeente is de graadmeter van de gezondheid  van de gemeente. En daarbij kan niemand naar iemand anders wijzen. Het is niet per definitie een taak van de kerkenraad of de dominee, het is een taak van zowel de leidslieden als de vier bloedgroepen in de gemeente: oude en jonge mannen, oude en jonge vrouwen. Geen zuilen, geen liggingsverschillen, zelfs geen IQ-verschillen eisen onze aandacht. Geen recht van de sterkste, want dat is maar tijdelijk. Paulus dringt er bij Titus op aan dat hij allereerst zélf een representatie en onberispelijk voorbeeld is van wat hij preekt. Daarnaast moeten ook de andere leids-lieden (de ouderlingen die in Titus 1 : 5-9 aan de orde komen) evenzeer voorbeeldig zijn. Maar die lat ligt voor hen niet zo hoog dat niemand aan die norm kan voldoen. En, wat nog belangrijker is, die lat ligt voor elk gemeentelid afzonderlijk niet minder hoog! Dus het betreft ons allemaal!

 

Gezond

Het woord gezond komt in dit gedeelte maar liefst vijf keer voor en dat sprong mij dermate in het oog dat ik er het thema van heb gemaakt. Paulus stuurt aan (en achter hem staat natuurlijk zijn Zender!) op gezonde christelijke gemeente-opbouw. Hij spreekt van:

  • ouderlingen die een gezonde leer moeten aanhangen en uitdragen (Titus 1:9);
  • gemeenteleden die vermaand dienen te worden, opdat ze gezond mogen zijn (Titus 1:13);
  • een voorganger (in dit geval Titus), die spreekt op een manier die past bij de gezonde leer (Titus 2:1);
  • oude mannen die gezond moeten zijn in het geloof, in de liefde en in de lijdzaamheid (Titus 2:2);
  • voorbeeldfiguren (in dit geval Titus) die gezonde woorden spreken die boven alle kritiek zijn verheven (Titus 2:8).

 

Een gezond gemeenteleven

Geestelijk welbevinden is zeer gebaat bij een gezonde leefomgeving. Daarom staan we vanavond vanuit dit tekstgedeelte stil bij de zes groepen die Paulus via Titus op Kreta aanspreekt op hun gezondheid:

  1. gezonde ambtsdragers;
  2. gezonde oude mannen;
  3. gezonde jonge mannen;
  4. gezonde oude vrouwen;
  5. gezonde jonge vrouwen;
  6. gezonde werknemers en werkgevers.

 

1. Gezonde ambtsdragers

Verreweg het meeste in deze ruim 20 verzen gaat over Titus en de ambtsdragers. Daar is de vorige keer door broeder Opschoor op zich al het nodige over gezegd. Toch wil ik in dit gedeelte even een stapje terug doen om zo weer herkenbaar aan te haken bij waar we gebleven waren.

We constateerden die vorige keer ook dat de lat wel heel erg hoog lag voor ambtsdragers: onberispelijk! Ja, die lat ligt heel hoog. Tegelijk ligt hij wel haalbaar hoog voor zondige mensen! En… hij ligt niet minder hoog voor gewone gemeenteleden. Dat zal vanavond blijken.

Juist ook in de adviezen aangaande de ambtsdragers komt driemaal dat woord ‘gezond’ voor. De ouderlingen moeten capabel zijn om Gods Woord te hanteren! Om (lees Titus 1:9) zowel afgedwaalden en ongeregelden terug te brengen met Gods Woord in je hand, als ook om halstarrige dwarsliggers met datzelfde Woord zó de mond te snoeren dat Gods Woord het laatste woord heeft. Het ouderlingschap is geen aardigheidje, geen bijbaantje. Wie het zo ziet, is werkelijk ongeschikt om het zwaard van Gods Woord te hanteren. Dan weet je niet waar je mee bezig bent. Je zult dan ook vroeg of laat door dat zwaard vallen, hetzij dat mensen je klem zetten, hetzij dat je zelf mensen laat afdwalen in ongeregeldheid door een -verkeerd gebruik van Gods Woord en Hij je rekenschap vraagt.

Wie het teveel moeite vindt om voortdurend met Gods Woord bezig te zijn, er thuis in te raken, het eigen geestelijk leven te verdiepen in God, is evenzeer ongeschikt. Maar… Paulus is er niet op uit om mensen weg te jagen; hij adviseert en motiveert juist bij het aanstellen van nieuwe ambtsdragers. Zorg ervoor dat je goede ambtsdragers in je kerkenraad krijgt. Die gezond zijn in het geloof en in de leer.

Niet iedereen is even vaardig in de Schriften. Maar als het je teveel moeite is om Gods Woord te onderzoeken, als je dit afgelopen jaar geen nieuwe dingen hebt ontdekt over de HEERE Zelf, dan moet je je in alle ernst afvragen wat je dan in een kerkenraad zou doen. Zeg eens: is het jouw begeerte in de kennis van de Heere Jezus Christus toe te nemen? En als dat zo is, kun je het dan ook niet hebben dan anderen daar lauw onder blijven? Onderzoek jezelf daarin heel nauw. Want je hebt dat ambt wel van God Zelf gekregen/of je zult misschien dat ambt binnenkort van Hem krijgen. En als je mee mag doen in het zoeken van nieuwe ambstbroeders (die periode ligt  ook hier weer achter ons, maar komt – zo God het geeft – binnen twee jaar weer), dan is het zaak te zoeken naar mannenbroeders die VOL van de Heilige Geest zijn. Die niet alleen gezond zijn in de leer (zeef 1), maar ook een gezond woord kunnen spreken (zeef 2), dat geestelijk hout snijdt. En (dat is zeef 3) die ook een voorbeeld zijn in goede werken. Dat is een taak voor zowel diakenen, ouderlingen als predikanten.

Zeg eens eerlijk: ligt de lat werkelijk onmogelijk hoog? Dit is toch uiterst passend bij God Zelf? God houdt er geen meelopers op na, maar betrokken, bevlogen, gepassioneerde, deftige/eerbiedwaardige en respectvolle plaats-vervangers van Hem op aarde. Want… zo is God Zelf ook!

 

In het formulier voor bevestiging van ambtsdragers lezen we over de ouderlingen:

  1. Samen met de dienaren van het Woord opzicht houden over de gemeente die hun is toevertrouwd: nauwgezet toezien of iedereen zich in belijdenis en levenswandel als christen gedraagt, vermanen van hen die zich onchristelijk gedragen zoveel als mogelijk is voorkomen dat de sacramenten ontheiligd worden […]
  2. Erop toezien dat onder christenen alles op gepaste en ordelijke wijze toe gaat en dat alleen zij die wettig geroepen zijn in Christus’ kerk dienen. […] Zij behoren […] de dienaren van het Woord met goede raad te ondersteunen en alle -gemeenteleden met Woord en daad bij te staan.
  3. Opzicht uitoefenen over leer en levenswandel van de dienaren van het Woord. Immers, alles dient erop gericht te zijn dat de kerk wordt -opgebouwd en de valse leer geweerd […] Om dit te kunnen doen rust op de ouderlingen de verplichting Gods Woord ijverig te onderzoeken en zich te oefenen in de overdenking van de geheimenissen van het geloof.

 

En over de diakenen lezen we in datzelfde formulier:

  1. Moeten getrouw en zorgvuldig de giften en goederen inzamelen en bewaren die voor de hulpbehoevenden – binnen en buiten de gemeente, ook wereldwijd – bestemd zijn en moeten zij zich met toewijding inzetten voor het vinden van voldoende middelen.
  2. Hun ambt houdt in het uitdelen van gaven. Om met een bewogen en welwillend hart de armen te helpen is zowel wijsheid noodzakelijk als vreugde en eenvoud. Het is daarbij van belang dat zij de hulpbehoevenden niet alleen helpen met materiële gaven, maar ook met troostvolle -woorden uit de Schrift.

 

En voor beiden geldt: “Allen die geroepen zijn tot bovengenoemde ambten dragen bijzondere verantwoordelijkheid in de zielzorg, waarbij hun naar de orde der kerk geheimhouding is opgelegd van al datgene wat bij de uitoefening van hun ambt vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen.”

Dat laatste geldt evenzeer voor de predikanten over wie we lezen in hun bevestingsformulier:

  1. Hij moet de Heilige Schrift grondig en naar waarheid aan de gemeente uitleggen en toeëigenen, zowel aan allen als aan ieder persoonlijk. Hij zal dit tot heil van de hoorders moeten doen, door te onderwijzen, te vermanen, te vertroosten en te bestraffen, naar dat ieder nodig heeft, door de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus te verkondigen, en door met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen die tegen de zuivere leer strijden te weerleggen. [met een verwijzing naar Titus 1:9] Wat de weerlegging van de onzuivere leer betreft zegt Paulus dat een dienaar aan het Woord van God moet -vasthouden, om de tegensprekers te weerleggen en de mond te stoppen.
  2. Het herdersambt houdt in namens de gemeente in het openbaar Gods naam aan te roepen. De dienaren hebben met de apostelen gemeen wat dezen zeggen: ‘Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord’. (Handelingen 6:4) Hierop doelt Paulus, als hij aan Timotheüs schrijft: ‘Ik vermaan dan vóór alle dingen dat gedaan  worden smekingen, gebeden, voorbeden, dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn’. (1 Timótheüs 2:1)
  3. Hun ambt bestaat uit de bediening van de sacramenten, die de Heere tot een zegel van Zijn genade heeft ingesteld, zoals blijkt uit het bevel dat Christus aan de apostelen gegeven heeft en dat ook de dienaren van het Woord aangaat: ‘Hen dopende in de naam van de Vader, van de Zoon, en van de Heilige Geest’; (Matthéüs 28: 29) en ‘Doet dat (…) tot Mijn -gedachtenis’. (1 Korinthe 11:24)
  4. Samen met de ouderlingen het de taak van de dienaren van het Woord de gemeente van God naar het Woord te doen leven en op zo’n wijze te regeren als de Heere opgedragen heeft. Want Christus zegt tot Zijn apostelen, nadat Hij over de onderlinge tucht gesproken heeft: ‘Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen’. (Matthéüs 18:18) En Paulus wil dat de dienaren op een goede manier leiding geven aan hun eigen gezin, indien ze die hebben, omdat zij anders geen zorg voor de gemeente kunnen dragen, noch haar regeren. Hierom worden de herders in de Bijbel opzieners en wachters genoemd, omdat zij opzicht hebben over het huis van God, opdat daar alles in goede orde en gepast zal toegaan.”

De bevestigde predikant wordt daarna toegesproken, waarin klinkt:

“Zo heb dan nu […] acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot een opziener gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Heb Christus lief, en weid Zijn schapen, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; […] Wees een voorbeeld der gelovigen in het woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid. Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren; en verzuim de gave niet die u gegeven is. Bedenk deze dingen, en wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Heb acht op de leer, en volhard daarin. Lijd geduldiglijk alle lijden en verdrukking, als een goed krijgsknecht van Christus. Deze dingen doende, zult gij én uzelven behouden, én die u horen. En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.”

 

Als deze lat je te hoog ligt, heb je een dubbel probleem. Want die lat ligt voor alle gemeenteleden net zo hoog! Kijk maar hoe Paulus in zijn advies aan Titus twee bundels van twee maakt: hij verbindt oude mannen aan jonge mannen en oude vrouwen aan jonge vrouwen.

 

2. Gezonde oude mannen

In Titus 2:2 staat over hen: “Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig, voorzichtig, gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid.”

De aanbevelingen die Paulus aan Titus doet om tot gezond gemeenteleven te komen, vormen geen scorelijstje dat je kunt invullen en dan ben je klaar. Gezondheid is geen doel op zich, maar een middel om het welbevinden te verbeteren. En ook dat is geen doel op zich! Een gezonde gemeente staat in deze wereld als representant van God, missionair met een uiterst serieuze boodschap van genade en oordeel voor ongelovigen, maar zij wekt de gelovigen ook op om rijkhalzend uit te kijken naar Christus’ wederkomst!

Oude mannen behoren stabiele kurken te zijn voor de onstuimige jonge mannen. Hun levenservaring maakt hen als het goed is:

  • nuchter (evenwichtig en sober in je taalgebruik; maar ook letterlijk nuchter: matig ten opzichte van de wijn!);
  • stemmig (ze weten zich ordelijk, eerbiedwaardig te gedragen, zoals dat past bij God en Zijn dienst; indrukwekkend van karakter te zijn);
  • voorzichtig (goed bij je verstand; niet stuiterig enthousiast over elke nieuwigheid, maar reagerend vanuit gedegen levenservaring, komend tot een -weloverwogen oordeel dat hout snijdt)
  • gezond in geloof, liefde en lijdzaamheid. Ik heb drie vertalingen naast elkaar gelegd: NBV, HSV en SV en zij zeggen alle drie ongeveer hetzelfde. Maar daarmee is een vertaling nog steeds geen begrijpbare, hapklare brok. Wat houdt het in?

Met betrekking tot deze drie aspecten behoren oudere mannen gezond te zijn; het woord ‘gezond’ is een metafoor in de betekenis van -‘opvattingen hebben die vrij zijn van -vermenging met dwaling’. Zuiver, onversneden en puur vanuit het Woord van God geput. Kijk, nuchter, stemmig en voorzichtig zijn niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Maar geloof, liefde en lijdzaamheid hebben binnen andere godsdiensten vaak een heel andere inhoud dan binnen het christendom.

Gezond in het geloof betekent: ‘overtuigd van de zuivere verhouding tot God en de goddelijke dingen, met inbegrip van vertrouwen en heilig vuur, geboren uit geloof’; ‘overtuigd van het bestaan van God, de Schepper en Onderhouder van alle dingen, Die door Christus eeuwig heil verschaft’; ‘met een sterke overtuiging dat Jezus de Messias is, door Wie wij het eeuwig heil ontvangen in het Koninkrijk van God’; ‘het rotsvaste en blindelings vertrouwen in God’. Wat is het voor jonge mannen heerlijk om met zulke oude mannen te praten! Wat worden ze daardoor gevoed, gevormd en uitgedaagd!

Gezond in de liefde die hier betekent ‘agapè’: broederlijke liefde, genegenheid, het goedgezind zijn, welwillendheid jegens anderen.

Gezond in de lijdzaamheid, dat is ‘standvastigheid’, ‘volharding’, het vaste voornemen om niet af te wijken in het geloof, in vroomheid, zelfs tijdens de grootste beproevingen en lijden, juist door geduldig te verdragen, ziende – over dat alles heen – op de kroon, de prijs die wacht! Wat is het voor jonge mannen nodig dat zo’n oudere je hoofd vasthoudt, het opheft en zegt: “Kijk, jongen, zie je wat de HEERE hier in Zijn Woord zegt? Lees het eens goed: dát is waar het allemaal heen gaat. Lees eens wat de HEERE allemaal heeft weggelegd voor allen die Hem standvastig blijven dienen. Kom, laten we het nog eens samen lezen. Zie je ook niet dat het verreweg het beste is om bij de HEERE te zijn? Wat is dan deze verdrukking maar betrekkelijk. En let erop: Hij is er bij! Zelfs als allen je verlaten.” Zo’n oudere man voelt haarfijn aan hoe het is om jong te zijn. Hij is zelf ook jong geweest. Maar de HEERE heeft hem dieper laten zien. Hij is nog nooit bedrogen met de HEERE uitgekomen. Houd je oog maar op Hem, hoor!

 

3. Gezonde jonge mannen

Waar ik die link tussen jonge en oude mannen en dito vrouwen vandaan haal? Wel luister maar naar vers 6: “Vermaan den jonge mannen insgelijks (op dezelfde manier), dat zij matig zijn.” In eerste instantie verwijst dat naar de link tussen oude en jonge vrouwen: de jongere moeten van de ouden leren matig te zijn. Maar als je de kanttekeningen leest wordt ‘matig zijn’ direct verbonden aan het ‘voorzichtig zijn’ in zowel vers 4 als vers 2! Dat is bijna hetzelfde woord: “sophron” en “sophro’neo”. Het woord ‘matig zijn’ betekent: ‘gezond van geest zijn’ (daar hebt u dat woord ‘gezond’ weer) en ‘zelfbeheersing -uitoefenen’ en dan vooral zo: ‘verstandig en bezonnen zijn en handelen, vooral ten opzichte van vrouwen’ en ‘ingetogen zijn’.

Jonge mannen: volg niet je gevoel, je hormonen, je lusten en je begeerte. Dat is na Genesis 3 wel standaard ingebouwd. Maar zo heeft God het niet bedoeld. Titus was zelf ook nog redelijk jong. Het is niet voor niets dat Paulus zich direct achter deze woorden tot Titus richt en hem vermaant een lichtend voorbeeld van al deze dingen te zijn!

Zeg eens: hoe praat je over vrouwen, jouw vrouw, sexualiteit en uiterlijk? En over carrière, auto’s, sport, multi-media en social media en wát je al niet in beslag kan nemen? Apart dat Paulus via Titus slechts één aspect aan jongen mannen voorhoudt: matigheid! Hebben zij daar misschien hun handen vol aan? Ik denk dat díe lat ook best hoog ligt, denk je niet? Heb jij oudere mannen in je buurt die je daarin wegwijs maken en tot steun zijn? Is daarin ook je wandel in de hemelen en niet op aarde? Dat gaat in tegen de geest van deze tijd, wees daarvan overtuigd! Maar het is zó gezond om hemelsgezind te wandelen, samen met oudere en andere jongere mannen!

 

4. Gezonde oude vrouwen

Het is frappant dat juist over de oude vrouwen zoveel kritische dingen worden gezegd. Ik vroeg me af of dat te maken heeft met de cultuur van het Kreta van toen of… dat dat een valkuil voor de oude vrouwen van alle tijden is. Een aantal dingen herken ik vandaag de dag nog en wil daar kort iets van zeggen. Eigenlijk gaan de woorden in vers 3-5 enkel over de oude vrouwen, maar u voelt wel aan dat juist vers 4-5 betrekking hebben op de vorming van de jonge vrouwen. Daarom knip ik ze in tweeën en behandel vers 4-5 bij de jonge vrouwen. Vers 3: “Vermaan “de oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen -lasteraarsters (‘diabolos’) zijn, zich niet tot veel wijns begevende (doulo’oo = slaaf zijn), maar leraressen zijn van het goede (‘kalodi’daskalos’: ‘kalos’ = mooi, gezond, fris en bruikbaar (toevoeging aan mannen die een ambt bekleden!); ‘didaskalos’ = leraar, iemand die geschikt is om onderwijs te geven over God en de plichten van mensen)”.

Oude vrouwen moeten zich in hun ‘dracht’ (niet hun klederdracht, maar hun gedrag!) gedragen zoals dat past bij ‘heiligen’. Dat was blijkbaar niet vanzelfsprekend – meer nog voor oudere vrouwen dan voor oudere mannen. Ik weet niet of Paulus dat zo bedoeld heeft, maar zo kun je het wel lezen. Waar zat het probleen: roddel en onheilig taalgebruik; daarnaast werd die radde tong geholpen door glazen wijn. De twee -volgende verzen laten iets zien over de inhoud van hun praat. De tegen-stelling die Paulus inbouwt met de woorden ‘maar dat zij juist leraressen van het goede zijn’, geeft aan waar het mis ging. Ze praatten op een dus-danige manier over hun man, dat jonge vrouwen ook geen enkel respect meer voor hun echtgenoot hadden. Tegenwoordig zijn er nogal wat vrouwen – maar het is niet nieuw! – die veelvuldig ‘ik zeg’ en ‘ik zei nog’ bezigt. Juist op verjaardagen, bij school, in het zwembad of in de supermarkt hoor je dat taalgebruik nog al eens! Manlief wordt afgeschilderd als een sulletje. Hij heeft geen smaak en geen kijk op kleding; “moet je eens kijken hoe ’ie z’n strop heeft zitten!” (Soms geven mannen daar wel aanleiding toe, door een ongeïnteresserde houding). Of dit: “Jan van mij…” (dat bezitterige!). Of, om niet meer te noemen, luister eens hoe sommige vrouwen – die duidelijk de broek aan hebben – met een schuin oog kijken naar andere mannen die wél handig zijn, wél een mooi onderhouden tuin hebben en wél keurig gekleed zijn. Wat moeten de jonge vrouwen in de gemeente daarvan leren? En dan de sexualiteit; dat is vaak een groot taboe; mannen worden (eerlijk gezegd ook niet altijd onterecht) afgeschilderd als wezens die maar aan één ding kunnen denken. Oude vrouwen die zo praten, overschrijden de regel van Gods Woord: zij moeten juist leraressen zijn van het goede: hun man (ondanks zijn -gebreken) lief te hebben en te stimuleren wederzijds lief te hebben, ook hun kinderen lief te hebben (niet aldoor over en op hen vitten)Zij moeten zelfs  anderen voordoen hoe zij hun mannen -onderdanig zijn. Dat is tegen het zere been van veel feministen; dat is allerminst bedoeld om vrouwen monddood te maken. Zij moeten er echter alles aan doen dat Gods naam om hunnentwil níet wordt gelasterd. Juist de vrouwen die christen waren geworden, terwijl hun man nog heiden was, worden op meerdere plekken in de Bijbel aangesproken om tóch hun man onderdanig te zijn, hem zó tot jaloersheid te verwekken. Dat lukt je nooit met een grote mond. Ik vrees dat onze tijd niet zo gek ver afstaat van die van Kreta toen! Oude vrouwen: sta naar gezondheid, met als vrucht welbevinden voor jezelf, je echtgenoot én voor de jonge vrouwen en hún echtgenoot!

 

5. Gezonde jonge vrouwen

Juist in wat zij mogen betekenen voor de jonge vrouwen, zien de oude vrouwen hun gave profielschets getekend. En weer: de lat ligt hoog, maar haalbaar voor wie Christus gehoorzaam wil volgen! Waarom moeten oude vrouwen leraressen van het goede zijn? “Opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, hun mannen lief te hebben, hun kinderen lief te hebben; matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord Gods niet gelasterd worde.”

Drie aspecten pik ik eruit:

  • Voorzichtig zijn: Jonge vrouwen moeten leren zich te beteugelen, hun onstuimig gemoed tot rede brengen en aan hun plicht jegens hun echtgenoot worden herinnerd. Een uiterst ingewikkeld en moeilijk punt als je een gewelddadige of ontrouwe echtgenoot hebt. In díe tijd kwam een huwelijk wel anders tot stand dan nu. Het werd vaak buiten de vrouw om besloten. Nú kun je meisjes aanspreken op dat zij in hun verkeringstijd heel goed nadenken of de jongen waarmee ze lopen ook écht hun man kan zijn. Er kunnen ook in het huwelijk onvoorziene ontwikkelingen zijn, bijvoorbeeld ziekte, sterfgevallen en werkloosheid. Hoe sta je dán naast elkaar? Of sta je tegenover elkaar en is de atmosfeer om te snijden? Vind je dan samen troost in Gods Woord; kun je samen bidden en neem je het voor elkaar waar als het even niet lukt?
  • Liefde en kuisheid. Ik las onlangs op twitter over het -probleem dat er in de kerk veel aandacht is voor sexualiteit vóór het huwelijk (om dat te bewaren voor ín het huwelijk). Maar dat er bínnen het huwelijk zo weinig met elkaar over sexualiteit wordt gesproken? Salomo laat in Spreuken 5 en 6 merken dat die dingen totaal niet taboe behoren te zijn. Hij adviseert in Spreuken 5:15-20: “Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput […] Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u […] en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd; een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde. En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?”
    Hier is een oude man in gesprek met een jonge man. Hoe belangrijk is het dat man en vrouw ook lichamelijk op elkaar gesteld zijn. Zich in elkaar verlustigen; verbaal en fysiek. Als ze van elkaar merken dat ze elkaar behagen en bedoelen, ja één vlees zijn, zelfs als er kilometers tussen zitten overdag! Dat behoedt voor veel ontuchtige gedachten. En denk niet dat de jonge vrouw hier alles op haar bordje krijgt en de jonge man niets hoeft te doen; kijk dan nog even naar wat we hebben gezien bij de gezonde jonge mannen. Het is een gezonde taak van twee kanten!
  • Het huishouden. Als oude vrouwen aan jonge vrouwen moeten leren om ‘hun huis te bewaren’, dan bedoelt Paulus dat zij hun huishouden gezond runnen. Het woord ‘bewaren’ betekent zelfs letterlijk: thuis-blijvend zorgen voor het huishouden, thuiswerken. Dit heeft vooral ook te maken met de daarna genoemde kinderen die moederliefde nodighebben. Ze moeten er voor hen zijn! Dat staat haaks op de geest van deze tijd, maar was blijkbaar op Kreta ook al een zorgpunt. Evenwel moeten moeders ook op het financiële deel van hun huishouden letten en geen overmatig shopgedrag vertonen, maar gezonde matigheid!

 

6. Gezonde werknemers en werkgevers

Tot slot nog een groep, die we tegenwoordig niet meer zo kennen: de dienstknechten, ofwel de slaven. Graag trek ik die kring breder en laat deze woorden gelden voor álle gemeenteleden, werkgever of werknemer, wanneer zij buiten de kerk bezig zijn. Want daar draait het om. Hoe staan we in deze wereld? Vers 9-10: “Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles welbehagelijk zijn, niet tegensprekende; niet onttrekkende, maar alle goede trouw bewijzende; opdat zij de leer van God, onzen Zaligmaker, in alles mogen versieren.”

Vakbonden zijn misschien goed, maar stakingen om je recht op te eisen zijn beslist onbijbels. We kunnen aan onze meerderen wel een goed advies geven, maar uiteindelijk beslissen zij toch hoe het gaat en wij moeten als werknemer onderdanig zijn (mits het niet indruist tegen Gods Woord). We mogen ons niet onttrekken, onze neus ophalen voor ‘vies’ werk, maar juist trouw bewijzen. Ook dat staat haaks op de tijdgeest. Jobhoppers en carrièretijgers zijn veel populairder. Maar inzet om met elkaar een bedrijf draaiend te houden zijn veel zegenrijker! En zo’n werkhouding heeft ook een specifiek doel: ‘om daarmee de leer van Christus in alles te versieren’. Wij moeten – in en buiten de kerk – illustraties zijn bij het gezond christelijk geloof. Zo functioneert de gemeente als bakermat voor allen die in deze wereld moeten staan. Dáár mag het allereerst in praktijk worden gebracht: een oefenschool voor jong en oud. Om gezond christen te zijn en anderen te delen in het welbevinden. Laten we uit deze bron van gezond water putten! Totdat die grote en doorluchtige dag komt, als Christus weerkeert, de volmaakte gezondheid zal aanbreken en het grote, zalige welbevinden zal aanvangen en nimmer eindigen. Dan zal er niets meer zijn dat ons hindert in het grootmaken, aanbidden en behagen van de driënige God en elkaar! Dan zal Hij álles zijn en ín allen! Dát is gezond in optima forma!

 

Vragen

  1. Bespreek met elkaar wat u het meeste aansprak én wat u het meest tegenstond/irriteerde.
  2. Welk beeld hebt u van God gekregen als u dit gezondheidsadvies zo op u in laat werken? Hebt u nog tegenargumenten?
  3. Kan MannenBijbelstudieVereniging ‘Bartholomeüs’ iets betekenen in dit gezondheidsadvies?

Download hier de pdf Inleiding Health&Wellness uit Titus 1 en 2