Verduiveld gedrag

SaschaSchneider - triomf van de duisternis‘Triomf van de duisternis’, 1896, Sascha Schneider
Dit schilderij, benoemd door dr. K. Schilder in een Paaspreek
vormde de aanleiding tot de vorm waarin de inleiding werd
gegoten: een schilderijententoonstelling

Al langer ben ik over dit onderwerp aan het nadenken en merk dat binnen de kerk het besef van satan en zijn taktiek kwijnt. Als we al over zonden durven spreken, is het vooral op een veilige, ethische manier, waarbij de vergeving door het bloed van Christus alle aandacht opeist. Of op een oppervlakkige manier, waarbij je eigenlijk niet over de zonde hoeft in te zitten; Jezus is immers voor de zonde gestorven? Maar is satans bestaan voor ons even realistisch als voor bijvoorbeeld Luther? Satan is toch onze aartsvijand? Het is daarom niet achterhaald, maar razend actueel om hem te kennen en zijn taktieken te doorzien. Juist in deze eindtijd!

Misschien ervaart u het eerste woord uit de titel als een scheldwoord, maar ik bedoel het woord in zijn taalkundige betekenis: zoals iets dat steeds geler wordt ‘vergeeld’ is, zo gaat gedrag dat meer en meer door de duivel wordt aangeblazen steeds meer op hem lijken: het is ‘verduiveld’.
Het woord verduiveld heeft in ons taalgebruik trouwens een heel tegenstrijdige betekenis. Een super intelligente jongen, die een ingewikkeld raadsel kan ontrafelen, wordt wel een verduiveld knappe geest genoemd. Daar lijkt het woord dus eigenlijk een summum-compliment te zijn. En een heel mooie vrouw wordt door sommige dubieuze types wel een verduiveld knappe griet genoemd. Ook daar geeft men toe dat zondige verleiding weliswaar aanwezig is, maar eigenlijk wel heel lekker is. En een ingewikkeld pianostuk van Frans Liszt worden ‘verduiveld ingewikkeld’ genoemd en nog begin dit jaar in het NRC ontrafeld met de woorden: “Zo goed, daar moest de duivel wel achter zitten”. Het is materie van een bovenmenselijk niveau. Vreemd, terwijl God veelal wordt ontkend, accepteert men in de wereld dus in zekere zin wel dat er een duivelse macht gaande is die tot bijzondere, mysterieuze en hoogbegaafde prestaties in staat stelt.
Een totaalbeeld van de duivel geven lukt dus niet in één inleiding. Wel teken ik enkele van die verduivelde karaktertrekken in een soort drieluik, in de volgende drie ‘museumzalen’ die we deze avond bezoeken. Met als doel – en dan kom ik bij het miniatuurtje, rechts in Zaal 1 – de satan te weerstaan, ja, hem bij de nek te grijpen en terug te drijven.

Want er is een geestelijke strijd gaande; hierbij moet ik altijd denken aan een preek van ds. J.J. Verhaar, die hier jaren geleden preekte uit Efeze 6: “Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.”

Allereerst Zaal 2: wat gebeurt er van binnen wanneer je een dubbelleven lijdt, waarin je God dient en tevens vasthoudt aan de zonde? Wat, als God je daarom passeert of er het zwijgen toe doet? Wat, als Hij een ander in jouw plaats zet? Welk gedrag ontplooit zich langzaam maar zeker en welke gevolgen gaat dat hebben voor jouw eeuwige toekomst?

Vervolgens Zaal 3: wat gebeurt er als je wel tot het verbondsvolk behoort, maar je trekt je eigen plan? Wat, als je God en Diens plannen totaal afkeurt en je fel kant tegen de HEERE? En – dat is merkwaardig paradoxaal – wat als je er toch niet helemaal los van kunt komen en desondanks, koste wat kost je eigen doel wilt bereiken?

Tot slot Zaal 4: wat als je in het gericht van God wordt schuldig gesteld, maar ondanks een vroom en godsdienstig leven de schuld altijd bij een ander hebt gezien en gezocht? Wat gebeurt er innerlijk, als je altijd, diepweg, Gods verkiezing als een zwaard van Damocles hebt gezien en je er zelf als zondaar uiteindelijk toch niks aan hebt kunnen doen; God moet het doen, nietwaar? Wat een prooi ben je voor satan; wát een aansluiting vindt hij dan in jouw denken!

Lees de hele inleiding en bekijk de bijbehorende Schilderijententoonstelling door ze te downloaden.

De vragen die we behandelden waren deze:

  1. Wat zegt de tweede en zesde bede uit het Onze Vader ons? (Lees ook de Catechismus). Is dat gedateerd/uit de tijd?
  2. Zijn er gebieden in je persoonlijk leven waarvan je weet dat daar de satan met weinig moeite zou kunnen binnenkomen? Wat doe je daarmee? Zijn die gebieden er ook in je gezin of in de gemeente/kerk?
  3. Wat vind je van de stelling: ‘De duivel vindt té vaak een aansluiting in ons denken/gevoelen’.
  4. Paulus houdt ons voor ogen dat we in de strijd verwikkeld zitten met de geestelijke boosheden in de lucht. Krijgt dat voldoende en juiste aandacht in de kerk en in ons (gezins)leven?
  5. Vind je Luther overdreven als hij een inktpot naar de duivel gooit of op een papier schrijft dat hij gedoopt is?
  6. Wat vind je van het derde couplet van het Lutherlied? En wat vind je van het vierde couplet?

We zongen:

  • Psalm 140 : 1, 4, 8 en 13
  • Lutherlied : 3 en 4
  • Gebed des Heeren : 3, 7 en 8