Wat vind jij zo goed aan God?

Lezen: Nahum 1 en Jesaja 36

 

Vorige week was er in onze gemeente ‘opening winterwerk’. Terwijl wij preekbespreking hadden, waren de kinderen met elkaar aan het napraten over de preek en een werkje aan het maken. En ze leerden ook een liedje over Martha en Maria, dat ze aan het einde van het uur bij ons kwamen zingen. ’s Avonds op de bank zei ik tegen Matthanja: “Wat hebben jullie dat mooi gezongen!” Trots keek hij me aan en knikte: “Zingen vind ik het allermooiste!” Ik knipoogde en zei: “Zingen is mooi! Dat heeft de Heere God gelukkig nog overgelaten na het Paradijs.” Hij knikte maar zijn gedachten dwarrelde alweer weg.

 

“Zeg, zouden Adam en Eva ook hebben gezongen in het Paradijs?” vroeg ik hem. Hij dacht even na, schudde zijn hoofd en antwoordde: “Die waren aan het fruit eten” en hij hapte in een denkbeeldige vrucht. “Nou,” antwoordde ik, “ik denk tóch van wel, want de engelen in de hemel zingen ook.” Mijn gedachten maalden verder: maar waarover zouden Adam en Eva hebben gezongen? Niet over Gods barmhartigheid, zondaarsliefde, oordeel of het uitroeien van vijanden. Ook zongen ze geen boeteliederen over zonde en schuld; evenmin liedjes over de komende Messias. Natuurlijk wél over Gods wijsheid, creativiteit, heiligheid en natuurlijk over Zijn goedheid. Immers, toen God na elke scheppingsdag keek naar wat Hij gemaakt had, schitterden – met eerbied gesproken – Zijn ogen en Hij constateerde: “Het is goed!” En aan het einde van de dag waarop Hij de man schiep, riep Hij uit: “Het is zéér goed!” Direct laste Hij een dag vrij in om er intens van te genieten. Om korte tijd later ook Manninne te scheppen. Ja, God is goed!

 

Diezelfde zondag was in de avonddienst Zondag 50 aan de beurt, over “Geef ons heden ons dagelijks brood.” De Catechismus legt uit: “Dat wil zeggen: wil in alle behoeften van ons lichaam voorzien, opdat wij daardoor erkennen, dat Gij de enige bron van alle goeds zijt en dat noch onze zorg en moeite noch uw gaven ons ten goede komen zonder uw zegen, en dat wij daarom ons vertrouwen van alle schepselen afwenden en op U alleen stellen.” Inderdaad, als we vanavond nadenken over “De HEERE is goed”, dan is dat niet een aangemeten karaktereigenschap, die Hij Zich heeft Eigen gemaakt, maar Hijzelf is de bron van alle goeds, ja God ís goed! Het welt uit Hemzelf voort. Waar het hart vol van is…

 

Nahums PowerPoint-presentatie over God

We gaan naar Nahum 1 en ik trek het gebeuren een klein beetje in een 21e eeuwse setting en maak gebruik van het begrip ‘PowerPoint-presentatie’, genoemd naar een programma dat aanvankelijk gewoon ‘Presenter’ heette en in 1990 de naam ‘PowerPoint’ kreeg, ontleend aan het presenteren middels ‘kernwoorden’ of ‘speerpunten’. Ik doe dit ook als illustratie hoe je voor een Bijbelstudie een gedeelte kunt samenvatten in enkele kernwoorden om het zo beter te kunnen overzien.

Er loopt een groepje mannen het stadsplein van Ninevé op en blijft staan voor de trappen van het koninklijk paleis. Een beamer wordt geïnstalleerd, een laptop wordt aangesloten en een gigantisch flatscreen wordt neergezet. Nieuwsgierig blijven mensen staan en even later is de man, die blijkbaar een presentatie gaat houden, omgeven door een brede kring van mensen. Vanaf de trappen daalt een delegatie uit het paleis af om te zien wat daar opeens gebeurt. Het geroezemoes verstomt. Wat gaat die buitenlander vertellen? En hoe zal hij zich introduceren bij zijn publiek?

Van Jona weten we dat hij – na een dagreis – met de deur in huis viel: “Nog veertig dagen en dan zal Ninevé worden omgekeerd.” Wellicht wel op ditzelfde stadsplein, vóór het paleis. Maar Nahum… hoe zal hij zijn toespraak beginnen? Verkondigde Jona een overdonderend oordeel, Nahum daarentegen begint God uitgebreid uit te schilderen. Maar welke God? Nisroch? Moloch? Marduk?

De mensen zien aan de kleding van Nahum wel dat hij geen Assyriër is; maar waar komt hij dán vandaan? Op de een of andere manier moet Nahum zich hebben geïntroduceerd; de mensen moeten eerst hebben geweten Wie zijn Zender was, willen ze begrijpen wat Nahum vertelt.

Wellicht doemt voor sommigen het beeld van de profeet Jona op, die ze nog kennen uit de overlevering van hun ouders of grootouders. Sterker nog, mogelijk staan er in die menigte zelfs nabestaanden van die 185.000 die voor de poorten van Jeruzalem zijn omgekomen door het ingrijpen van díe God van Israël! Dat beeld van de wrekende God moet hen akelig bekend in de oren klinken.

 

In poëtische bewoordingen, maar toch met enige vaart klikt Nahum de slides van zijn presentatie door en bezingt onderwijl zijn Heere en God in uiterst donkere tinten.

Slide 1 ‘Gods wraak’: “Een ijverig God en een wreker is de HEERE”. Nahum legt er verduidelijkend bij uit dat die wraak en toorn zich richt op Gods vijanden die Hem belachelijk proberen te maken.

Slide 2 ‘Gods geduld’: “De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht”. Maar denk nou niet dat Zijn geduld eindeloos is op te rekken, of dat God onrechtvaardige dingen zou vergeten!

In de volgende slides illustreert Nahum in allerlei toonaarden Gods macht en kracht met beelden uit de natuur.

Slide 3 ‘God als een tornado’: De HEERE vertoont Zich in Zijn toorn op een verschrikkelijke manier, als een storm, een wervelwind, en woest opwaaiende wolken’. Denk bijvoorbeeld aan Jona.

Slide 4 ‘God als verzengende hitte’: Eén dwingend bevel uit Gods mond en de zee verschrompelt tot een uitgedroogde vlakte tot in de verste rivierarmen toe. Denk bijvoorbeeld aan de Rode Zee.

Slide 5 ‘God als een aardbeving’: De bergen staan te rinkelen in de porceleinkast van Gods schepping; de heuvels maken zich onzichtbaar zoals ijs wegsmelt. Ja, de hele aardkorst gedraagt zich als een opbobbelend tapijt. Denk bijvoorbeeld aan Sodom en Gomorra.

Slide 6: ‘Waarschuwing!’ Denk nou niet: ik heb wel voor hetere vuren gestaan! Niets houdt de HEERE tegen; zelfs een keiharde rots kan Hij in één klap vergruizen tot stof.

 

En dan is daar opeens die 7e slide: “De HEERE is goed!” Het staat er met enorme gouden letters op het scherm, als een schreeuw die weg-echoot over een eindeloze, kale vlakte. Nahum legt uit wat deze woorden betekenen: “Onze Verbondsgod is als een vesting in tijden van nood; Hij kent iedereen die bij Hem schuilt. Maar Zijn vijanden jaagt Hij het duister in! Wat denken ze eigenlijk wel wie ze zijn?!” Weliswaar klinken die laatste woorden weer knap dreigend, maar te midden van dat donkere steenkool van de wraak blinkt toch nog een goudklompje op: “De HEERE is goed!” Waarom moest Nahum juist díe karaktereigenschap van de HEERE prediken in Ninevé? Om dat te begrijpen moeten we een aantal jaren terug in de tijd, naar een andere ‘presentatie’.

 

Rabaské’s PowerPoint-presentatie over God

Treedt hier in Ninevé de profeet Nahum op als woordvoerder van ‘de grote Koning der koningen’, jaren daarvóór stond voor de poorten van Jeruzalem de woordvoerder van ‘de grote koning van Assyrië’. Rabsaké; eigenlijk is die naam een functie: hofmaarschalk of opperschenker. Hij is een echte debater, een verbaal strateeg van de bovenste plank. Hij weet de aandacht vast te houden en op de gevoelens van zijn publiek in te spelen. Daarnaast beheerst hij ook de taal van zijn publiek en weet daarmee zijn speech kracht bij te zetten.

Omdat koning Sanherib zelf Lachis belegert – en die belegering nog in volle gang is (afgelopen zaterdag stond er een bericht in het RD over de archeologische vondst van deze belegering) – laat hij zijn rechterhand Rabsaké alvast ontzenuwend PR-werk doen. Die settelt zich op het blekersveld bij de waterafvoer vanuit de oppervijver, een belangrijke watertoevoer voor de stad die kort daarvoor op bevel van Hizkia in allerijl is dichtgestopt. Geen toevallige plek: juist hier had Jesaja aan Hizkia’s vader de verovering van Juda door de koning van Assyrië voorzegd (Jesaja 7:3).

 

Rabsaké had verwacht dat de koning Hizkia wel zelf met hem zou spreken, maar die laat enkele onderhandelaars het vuile werk doen; tot groot ongenoegen van deze hoogwaardigheidsbekleder. Daarom gaat Rabsaké al vrij rap luid en duidelijk hoorbaar spreken voor de mensen op de stadsmuur. De onderhandelaars proberen hem nog omzichtig op andere gedachten te brengen, door te zeggen: “Spreek maar gewoon in het syrisch, want dat verstaan we ook prima.” Het antwoord van Rabsaké is ronduit grof en schunnig; nog het schokkendst vertaald door de NBV. Netjes verwoord komt het hier op neer: “Die mensen daar op de muur hebben ook recht om de waarheid te horen; het gaat immers ook over hún toekomst?” Maar diepweg moet hij hebben gedacht: “Zo scoort mijn presentatie nóg beter!”

Onverstoorbaar oreert Rabsaké middels PowerPoints (speerpunten), gepaard met ‘emotie-bespelingen’ om zijn toehoorders in beslag te nemen. Hij schetst ze als het ware beelden voor ogen om ze des te meer in te winnen voor zijn boodschap die begint met de aanhef: “Zo zegt de grote koning, de koning van Assyrië”. “Zeg, jullie schoppen ruzie door geen belasting meer te betalen. Maar nu sta ik voor de deur; heb je er al over nagedacht hoe je me buiten de deur gaat houden? Waar vertrouwen jullie eigenlijk op?

Slide 1 ‘Vertrouwen op pep-talk’. “Vertrouwen jullie soms op propaganda, op stevige uitspraken, op het elkaar moed inspreken? Práten over beleid is niet hetzelfde als het krachtig uítvoeren ervan. Nee, met een grote mond of wollige taal win je geen oorlog.”

Slide 2 ‘Vertrouwen op grootmachten’: Rabsaké trekt een geamuseerd en geheimzinnig gezicht: “Ah, vertrouwen jullie misschien op die gebroken rietstaf Egypte, die, als je niet uitkijkt zo door je hand heen prikt?”

Of… nee wacht” – razendsnel swipet hij naar slide 3 ‘Vertrouwen op hogere machten’ – “jullie willen mij natuurlijk wijsmaken dat jullie op Jahweh, jullie God, vertrouwen. Ja natuurlijk; maar… dat is toch die God van Wie Hizkia de altaren in het land heeft laten weghalen om jullie te pressen alleen hier in Jeruzalem te offeren en te aanbidden? Wat een bekrompen gedoe! En wat is dat voor een God Die daar niks tegen doet?” Hier blijkt dat Rabsaké zich niet helemaal goed heeft ingelezen in de materie: immers, Hizkia had enkel de afgodsaltaren van zijn vader laten verwijderen en het volk weer uitgenodigd tot de eredienst aan God te Jeruzalem. Merkwaardig dat niemand vanaf de muur daarop reageert! Of viel dit ook onder Hizkia’s spreekverbod?

Slide 4 ‘Wedden dat…’: Even bouwt Rabsaké een pauze in; brutaal kijkt hij al die gezichten voor hem langs en teemt: “Zullen we een wedje leggen? Mijn koning levert jullie 2000 paarden en jullie zetten op elk van die paarden 1 ruiter. Ha! Ik durf te wedden dat het jullie niet eens lukt. Jullie hebben de manschappen niet…” Rabsaké schatert als hij aan de gezichten voor hem ziet dat hij middenin de roos heeft geschoten.

Razendsnel klikt hij door naar slide 5 ‘The Mission’. “Jullie denken toch niet dat onze koning zonder toestemming van God is opgetrokken om dit land te vernietigen? God heeft hem gezegd: ‘Val dit land aan en vernietig het. Nou? Jullie gaan toch zeker niet ongehoorzaam zijn aan die God van jullie?” Het is een ontmoedigende leugen; maar de Kanttekeningen wijzen er fijntjes op dat hij toch de waarheid spreekt! Opnieuw klatert de stem van Rabsaké vanaf de hoge weg over het dal richting de stadsmuur: “En laat die Hizkia, die bange wezel, jullie niet bedriegen. Hij zal jullie niet kunnen redden. Wees toch wijzer!” Daar had Rabsaké wel een punt. Hizkia had – toen hij aantrad – wel een vuist gemaakt tegen Assyrië door zijn abonnement op de Assyrische belastingdienst op te zeggen, maar toen Sanherib met vliegende vaandels en slaande trom richting Juda trok, koos hij aanvankelijk wel eieren voor zijn geld. Hij schaamde zich niet om het goud uit de tempel te halen en zelfs van de deurposten in de tempel te laten schrapen en in een zak aan de koning van Assur te sturen, om hem af te kopen. Dat was na die grote vuist wel een enorm zwaktebod. En nu hij merkt dat het niets heeft uitgehaald, kruipt Hizkia angstig weg achter de dikke muren van Jeruzalem. Hij stond Rabsaké niet eens zelf te woord. En dat heeft de Assyriërs flink geholpen het wapen van de hoon in de strijd te gooien.

Slide 6: “Land of Hope and Glory”. Rabsaké stelt zijn toon bij: “Gebruik je verstand, beste mensen, en luister niet naar Hizkia, die jullie opruit met ‘De HEERE zal ons vast en zeker redden! De koning van Assyrië zal deze stad nooit in handen krijgen!’ Denk liever na over mijn deal: kom allemaal naar buiten en laten we een feestje bouwen. Jullie kunnen dan nog even hier blijven wonen – wijn drinken, vijgen eten en water drinken – en in de tussentijd zal ik voor jullie een plaats gaan bereiden, elders in ons grote rijk. Ik beloof je dat dat land niet zal onderdoen voor jullie land: overvloeiend van brood en wijn. Zo’n relaxt paradijsje willen jullie toch allemaal wel?”

Bijna hadden mensen de poortdeur al van slot gehaald, maar heel fijntjes sluit Rabsaké af met een onthutsende slide 7: “Jullie God is dood!” Rabsaké ziet de uitwerking op de muren, wanneer hij de beelden laat zien die de slotspeech zullen illustreren: “Denk eens na, mensen! Hebben de goden van alle andere volken hen kunnen redden uit de hand van onze grote koning? Vertel eens, waar waren de goden van Hamath, Arpad en Sefarvaïm? Of die van Hena en Ivva? Welke goden waren nu eigenlijk in staat om Samaria uit de hand van de koning van Assyrië te verlossen? Nou? Noem me één god die dat überhaupt zou kúnnen! Welke God zal Jeruzalem dan wél kunnen verlossen uit onze hand? Gebruik toch je verstand! De enige die er toe doet is de grote koning Sanherib!”

 

Gods presentatie van Zijn PowerPoint

Het is juist die presentatie van koning Sanherib en zijn communicator Rabsaké (en niet te vergeten de honende brieven die hij daarna nog schreef tegen Jahweh), waarop de HEERE hier bij monde van Zijn woordvoerder nogmaals terugkomt. Nahum spreekt in vers 11 over “een Belialsraadsman” die vanuit Ninevé kwam en kwaad dacht over (of tegen) de HEERE. ‘Belialsraadsman’ (jammer dat dat tegenwoordig is wegvertaald), een soort Gubbels die de PR van Führer Sanherib verzorgde: Rabsaké. Er zit een woordspeling in dat ‘Belialsman’ en het ‘juk’ dat deze op Gods volk probeerde te leggen. ‘Belialsman’ betekent ‘deugniet’ of ‘bandeloze’; iemand zonder juk (!), die niets van tucht of wet wil weten. Juist zo’n juk-hater wil anderen een juk opleggen. En daar gaat de HEERE iets aan doen.

Niet alleen werd Zijn volk, Zijn oogappel verdrukt, maar tevens werd Zijn heilige Naam gehoond. Zijn macht is verdacht gemaakt, ja Zijn bestaan is in twijfel getrokken. En dat is spelen met vuur.

Resoluut is de HEERE te werk gegaan. Die twee, Sanherib en Rabsaké, zaten als doornstruiken in elkaar gevlochten. Of – zo kun je het eveneens interpreteren – de Assyriërs waren een samenraapsel van verschillende volken; God zal niet al te veel moeite doen om precies te scheiden wie waarvoor verantwoordelijk was. Hij heeft ze – net als een boer die een klit lastige doorns wil verwijderen – in één ruk weggerukt en verbrand. Het is opmerkelijk dat de HEERE deze klittebos heeft begraven in het huis van zijn zogenaamde god (vers 14). Lees maar in het laatste vers van Jesaja 37 hoe de HEERE dat deed met Sanherib: “Het geschiedde nu, als hij (Sanherib) in het huis van Nisroch, zijn god, zich nederboog, dat Adramelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard versloegen; doch zij ontkwamen in het land van Ararat; en Esar-haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.” En zo zal het met geheel Assyrië gaan; en Ninevé in het bijzonder in 612 voor Christus.

 

Het aangezegde oordeel kwam dus en zál komen; maar niet dan nadat de HEERE Zich heeft gerechtvaardigd met de woorden “De HEERE is goed!” God is niet zwak en weerloos; en al helemaal niet dood! Dat zul je aan den lijve ondervinden, wanneer je je nek blijft verharden. Maar dat hoeft jouw toekomst niet te zijn. De HEERE toont tijdens de presentatie van Zijn goedheid een deal aan zondaars. Hij laat zien hoe Hij werkelijk is, juist voor hen die op Hem betrouwen. Gods ‘PowerPoint’ (sterke punt) zit niet in Zijn wraak, maar Hij vindt juist in gunst Zijn lust! Zo is God: Tov (Tobh)! Juist dat laatste is eveneens van toepassing bij onze tekst. De HEERE heeft Zich in Zijn wraak laten kennen, toen in één keer die 185.000 soldaten de dood vonden. Dat gerucht is in heel Assyrië verspreid. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de Assyriërs de God van Israël enkel kenden als een wraak-oefenend en toornend God. Luister maar naar die speech van Nahum: daar komt al wéér oordeel! Die God kan blijkbaar alleen maar toornen! Welnu, om dat beeld te corrigeren laat de HEERE ook Zijn goedheid verkondigen in Ninevé. En dat blijven ontkennen zal het oordeel alleen maar verzwaren!

 

Er vindt aan het eind van Gods presentatie iets merkwaardigs plaats. Opeens richt de HEERE Zich tot de inwoners van Jeruzalem en Juda, ver weg (of toch dichtbij?). Er is nogal verschil van mening over dat 15e vers; of dat nu bij Nahum 2 hoort of toch nog bij Nahum 1. Voor beiden is wat te zeggen. Maar laten we er alvast een klein beginnetje mee maken: “Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt…” De HEERE spreekt Juda moed in en laat een boodschapper goed nieuws brengen. Het goede… dat past helemaal bij Gods goedheid. ‘Goed’ betekent: ‘aangenaam’, ‘prettig’, ‘waardevol’, ‘gelukkig’ en ‘nuttig’. ‘Het goede boodschappen’ (dat is één woord) betekent: ‘blij maken met goed nieuws’ of ‘redding aankondigen’. Hoor, daar klepperen de schoenen van een boodschapper door het gebergte van Judea. Hij heeft goed nieuws. “Jullie kunnen je vierdagen, je bijzondere feesten, weer vieren; en jullie kunnen je geloften en verplichtingen weer gewoon nakomen in de tempel te Jeruzalem!” Het zijn woorden die Jesaja in hoofdstuk 52 ook al gebruikte: “Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.” Kijk, dat zijn heel andere woorden dan die van Rabsaké. Niet ‘jullie God is dood’, maar ‘Uw God is Koning’. En wat voor Eén!

 

De geschiedenis van Hizkia (die 3x in de Bijbel voorkomt) wordt in Jesaja 36-39 ingevoegd als een knipsel, waarmee de HEERE iets diepers wil laten zien. Die geschiedenisfragmenten voegde de HEERE samen om toe te werken naar dat 40e hoofdstuk van Jesaja, waarin een machtige PowerPoint-presentatie wordt gegeven van de komende Messias. De HEERE zet de goede boodschap in met de klaroenstoot “Troost! Troost Mijn volk!” En hoor eens, daar staat er weer een te roepen… nu in de woestijn: “Hij komt!” Jawel, de Messias komt; maar zal ook wederkomen… om recht te spreken! Het hoofdstuk bruist door naar één grote jubel op de HEERE. Wie is als ónze God?! Je zou het hoofdstuk vanavond eens moeten lezen, met Nahum 1 en Jesaja 36 in je achterhoofd. Wat een parallellen! “Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk ben? zegt de Heilige.”

 

Tot slot

Weet je nog die rijke jongeling die bij Jezus kwam? Hij zei: “Goede Meester…” Jezus antwoordde hem: “Wat noemt gij Mij goed? Er is er maar Eén goed, en dat is God!” Met die uitdagende woorden nodigde Jezus de rijke jongeling uit om Hem inderdaad te erkennen als God… Het was Jezus erom te doen dat de jongeman zou belijden dat God inderdaad goed was. Dat zou hem dan op een bepaalde, bescheiden plaats zetten, maar het zou zijn mond openen in een lofzang op de HEERE. De jongeling werd echter bedroefd en verdween… En jij? Vind jij God goed? Kun je vertellen wat er zo goed is aan God? Zo aangenaam, zo prettig, zo waardevol, zo gelukkig en zo nuttig? Als de engelen in de hemel er een dagtaak aan hebben om Hem groot te maken (en als zij dat tot in eeuwigheid kunnen volhouden), zouden jij en ik dat dan ook kunnen? Daar gaan we mee aan het werk in de bespreking zo dadelijk!

 

Opdrachten

Spreek met elkaar dieper door over Gods goedheid:

  1. Waarin uit zich die goedheid, volgens jou? Zou je daar een avond over kunnen praten/vertellen en/of zingen?
  2. Waarom toont God Zijn goedheid nog na de zondeval? Verbaas je je daar weleens over?
  3. Beschrijf Gods goedheid eens, los van Zijn genade. Denk daarbij aan de engelen.
  4. Ben je het weleens oneens met God? Hoe kijk je dan naar Gods goedheid?

 

Zingen

Begin: Psalm 145 : 3 en 6 en 7
Na de inleiding: Psalm 85 : 1 en 2 of Psalm 36 : 2
Slot: Psalm 118 : 1, 10 en 14